Mijn vader en mijn moeder gingen op huwelijksreis naar Echternach. Dat was toen bij jonge koppels in de mode, om naar Echternach te gaan.
Mijn vader wilde eigenlijk liever naar Leverkusen. Hij zei dat het daar ook mooi was, maar mijn moeder zag dat niet zitten. Leverkusen, dat voorspelde niet veel goeds. Dat kusen, tot daar aan toe, maar die Lever was er te veel aan.
Terwijl Echternach, die naam zat vol beloften en romantiek en poëzie, vond mijn moeder.
Echternacht, Echte Nachten, Eksternacht,
Echtelijke nacht enzovoort.
“Dit is geen boek voor kinderen, noch voor mensen die houden van vrolijke beelden, recht-lijnige geschiedenissen en gelukkige eindes. Dit is een boek voor wie gelooft dat de duivel bestaat.”


