In ‘Linus’ strandt een verhaal over verlies nu eens niet in tranentrekkend miserabilisme. Een jongetje beademt zijn gestorven oudere broer met zijn fantasie, terwijl zijn in rouw gedompelde moeder als een schim door het huis spookt.
Daar waar fantasie en werkelijkheid elkaar afwisselen, variëren ook de taal en de illustraties mee van vol, associatief, beeldend en gedetailleerd naar sober, expressief en vol van emotie.
De inventieve aanpak van het heerlijk op elkaar ingespeelde trio laten vorm en inhoud perfect samenvallen. Hier geen plaatjes bij praatjes, maar sprekende afbeeldingen: ze klinken hard en toch troostrijk.


